De schrijver is iemand die op een of andere manier lijdt aan het leven, en die vanuit zijn kamer probeert de boel nog een beetje recht te trekken.– Frans Thomése

‘Welnee,’ zegt ze. ‘Je moet een leven leiden.’

‘Wat een gezever’ schrijft ze in een essaybundel van Eric de Kuyper in de kantlijn. En even verderop ‘mooi’. Ze buigt de ruggen van haar boeken. Warrior. Ze raakt me, hoe kan ik niet in het wormgat vallen?

Ik bereid intussen een lesweek over geluk voor.

Stefan Sagmeister, die zichzelf aan een reeks experimenten onderwierp in een poging gelukkiger te worden, toetst bewezen geachte technieken (meditatie, cognitieve gedragstherapie, drugs) en schrijft in een essay over geluk:

‘When I am passionately in love, lots of dopamine is released in my brain. This high dopamine level, the very same chemical change induced by cocaine and heroin, is not sustainable over time. It has to end and will come down, usually between 6-8 months.’

Ik kijk op de klok. Het is mij er alles aangelegen de gelukkige tijd te laten beginnen in september, op een regenachtige nacht, fietsend in een donker uitgestorven kronkelend Vondelpark. Zij heeft het over juli, uitgestrekte zondagmiddagen op een bankje, ook bomen, oh, bomen, en rood gravel.

De onrust schiet in mijn hart: dat laatste geeft me twee maanden minder. Ik wil met alle macht vertragen en ben daar een kuikentje in, dichtbij flapperend, wild wapperend. Was ik een ervaren autocoureur… gasgeven, gas terugnemen, speed, haarspeldbocht. De bergen in.