Ik sta voor haar raam dat uitkijkt op het plein dat de naam van een dichter uit een rijke bankiersfamilie draagt, waar prachtige statige bomen staan. Concurreren takken van één boom om zonlicht of is het onmogelijk dat een organisme zichzelf tegenwerkt? Stuwen kronkelende takken van één plant elkaar tot grote hoogte? Of put de ene tak de andere uit?

Haar Monstera deliciosa, een plant met prachtige groene bladeren, elk blad zo groot als een dienblad voor twee kopjes thee, trekt zichzelf scheef, reikhalst richting raam, richting plein, op zoek naar blauwe lucht, naar ruimte, net als ik, topzwaar. Eén tak met blad is geel, dood.

Op welk niveau vindt de concurrentie plaats?

Ik put mezelf uit, dat is leven. Liefde betekent een seconde rust, koele schaduw die voedt.

«