We kijken naar Allah in Europa. Een man in een matrassenmagazijn neemt plaats op een matras, legt uit dat je op je rechterzij moet liggen, dan ligt het hart vrij. Hij ligt met één oor op één arm.

In Harnas van Hansaplast schrijft Charlotte Mutsaers over haar broer, die dood wordt aangetroffen op een éénpersoonsbed. Met haar zus kijkt ze naar het doodsbed.

‘Hij lag op zijn linkerzij. Dat ook nog.’
‘De kant van zijn hart, ja. Daar moet je ook niet op liggen. Dan drukt dat hart samen.’

Waar komen de denkbeelden binnen? Door het open raam?

Je kent je broer wel, niet, je naasten, mensen.

Op een piepklein schermpje met één oor op mijn kussen kijk ik de documentaire The center will not hold. Joan Didion schrijft over haar dode man, haar dode dochter. Ik zag wat ik wilde zien, zegt ze, haar charmante kant, ik nam de verkeerde beslissing.

Er zijn twee onderwerpen, de liefde en de dood.

Politiek, islam? Wat weet je nou?

Behalve Liefde en Dood: Nu, Verandering, Ontwerp (Mo Gawdat).

Ik lig aan de verkeerde kant van het bed, realiseer ik me. Als ik goed lig, mijn hart alle ruimte geef, kijk ik naar het raam met de gordijnen, daarachter het plein, niet naar haar.

Het leven is al duizend keer eerder geleefd.

Het is nu.

Lig graag op mijn rug (twee oren om te horen), haar hoofd in de buurt van mijn hart, ietsje hoger, half erop. Ik lig dus prima, hoef mijn hartprobleem niet aan te kaarten. Houd van de zwaartekracht, het gewicht, het aardse.

Dat hart zou zomaar wegvliegen.