Ik wil schrijven over kunst en kom er niet uit. Al een paar maanden niet. Dat is niet erg, behalve dat ik mezelf beloofd had dáár niet over te schrijven. Dan liever upside-down-dogs bekijken, spullen-op-mijn-kat, een webcam gericht op het koffiezetapparaat, literal version youtube-filmpjes – kortom dingen doen waarvoor internet bedoeld is. ‘Mooi is mooi, en niet mooi is vooral niet mooi,’ schreef iemand die vroeg wat ik tegenwoordig deed. We hadden elkaar twintig jaar niet gezien toen hij zich via LinkedIn afvroeg of ik de Irma was die vroeger bij hem in de klas zat. Meestal vind ik LinkedIn uitnodigingen vreselijk, maar de afzender van deze uitnodiging verbaasde zich erover dat hij maar 750 tekens mocht typen. Idioot weinig om twintig jaar te overbruggen. Waar begin je? Bij Duchamp? Lachen, Mona Lisa met een snorretje. Mondriaan leren eten als witlof. (Albert Heijn heeft de bittere smaak uit witlof weten te kweken, lees ik vandaag op Twitter. Een bericht dat prima in 140 characters past.) ‘Het is moeilijk om positief te zijn, om te bewonderen en gul te zijn’ zei iemand, niet op LinkedIn, niet op Twitter, maar in een klaslokaal. Gelukkig hield ze het kort, misschien dat de uitspraak me daarom zo is bijgebleven. Zwijgzaamheid als vriendelijke daad, als hulpmiddel om gedachten te kunnen vormen. Het hoeft niet. Bevrijdend inzicht, al weet ik niet waarvan het precies bevrijdt.