Een tijd geleden mezelf ten doel gesteld te loggen over kunst. Nogal lichtzinnig ingestapt. Je begint ergens, je hoopt er het beste van. Kunst zal me niet snel de keel uithangen, dacht ik. Lekker veel plaatjes. Dat werd buuv.nl. Afgesproken met mezelf: 1. geen poezen op het log en 2. niet zeggen dat het niet gaat. Inmiddels beschouw ik poezen op internet als het beste dat internet te bieden heeft en werd mijn afspraak met mezelf: okay, je mag zeggen dat het niet gaat, doe dat dan hier, niet daar, en nauwkeurig beschrijven waarom.

‘Een werk dat jaren achtereen van dag tot dag wordt voortgezet, komt je onvermijdelijk af en toe log, uitzichtloos of achterhaald voor. Je haat het, je voelt je erdoor omsingeld, het beneemt je de adem. Alles in de wereld lijkt je plotseling belangrijker dan dat werk, en in de beperking zie je jezelf als een broddelaar. Hoe kan iets nu goed zijn dat zoveel bewust buitensluit.’ — Het geweten in woorden (Elias Canetti, 1975)

Over het citaat van Canetti hetvolgende: Ik kwam het tegen op een uitvouwbare poster vol citaten – een poster die Mirjam Kuitenbrouwer samenstelde bij de tentoonstelling One-way mirror in Museum Jan Cunen te Oss. De citaten gaan over kijken, onmacht, iets wat altijd tussen jou en de dingen schuift. Dan gaat de kat op de poster liggen zodat ik noodgedwongen stop met lezen en haar zachte vacht voel en de mee naar binnen gebrachte buitenlucht ruik. Bestudeerde ik zojuist teksten van Eva Gerlach – ‘je loopt voortdurend weg uit je eigen kijken’ – en Anneke Brassinga, nu ligt de kat erop en houdt de woorden warm.