Misschien leefden prehistorische volken volkomen duurzaam en lieten ze daarom geen sporen na. Misschien vlochten ze ingenieuze kledingstukken van gras, hielden ze modeshows, en gebruikten ze het materiaal daarna als matrasvulling. We weten het niet.

Boeken zijn beschaafd.

Karl Ove Knausgård schreef een essay over poepen, over poep binnen zien te houden tot je thuis bent, knijpend de gang door, de wc in, waar je het kunt laten lopen, het lichaam één vleesgeworden hunkering.

Beschaving zoals ik die ken en die vermoedelijk eindig is zoals elke beschaving tot nu eindig is gebleken is de zintuigen zo verfijnd mogelijk belasten. De zinnen strelen, niet bombarderen. Vieze lucht buiten houden, schone binnen. Het ruwe vermijden. Niet smakken, slurpen, hoewel je dan beter proeft.

Zonlicht is onbeschaafd.
Parasols zijn beschaafd.
Kunstlicht is beschaafd.
Shutters zijn beschaafd.

Directe ervaring is onbeschaafd.
Iemand op straat neerslaan is onbeschaafd.

Een essay is beschaafd. Ik lees over poep, aandrang, en ruik niets, de poep zit niet aan mijn vingers, al zie ik de schrijver met samengeknepen billen lopen, zo levendig schrijft hij, ik ruik het spoortje poep niet, voel geen smeuïge warmte, mijn onderbroek blijft nagelwit, ik heb het koud.

De ervaring polijsten is een teken van beschaving.

Als je erover nadenkt is veel onbeschaafd. Jezelf verplaatsen is onbeschaafd. Vliegen is onbeschaafd. De ervaring polijsten is lastig als je al die lichamen in aanmerking neemt. Zweet, stank en kerosine, achter iemand in de rij staan, niet proberen voor te dringen, lichaamsgeuren opsnuiven, tegen iemand opbotsen, iemand tegen jou, opgepropt in een stalen cilinder.

Hete handdoekjes gedrenkt in citroen die de ene geur verbloemen met de andere.

Ganzen die in formatie vanuit het drassige veld opstijgen, in een elegante v-vorm. Jaarlijks vinden duizenden vogelaanvaringen plaats, meestal vliegen de vliegtuigen gewoon door.

Beschaving zoals ik die ken, het doel heiligt de middelen.