Twee collega’s zitten aan een tafeltje, de ene is leuk, de andere ken ik niet. Waar ze zitten is alle energie weggevallen, totale stagnatie, ze zitten daar, zij kan er niet uit, alle levendigheid is uit haar gelekt. Als leven chaos is, aanschouw ik nu dood, ja, ik aanschouw een werkoverleg des doods, terwijl alles om hen scrollt, beweegt, verandert: kopiĆ«rende mensen, koffieautomaat-bedienende mensen, naar de wc lopende mensen, lachende mensen, prototype-knutselende mensen (lelijke dingen van karton en stroomdraadjes), een op haar inpratende, over haar heen pratende, door haar heen pratende ander. Life feels like this, some aspect of life feels exactly like this. Ze is een dode pixel op mijn netvlies. Ik moet lachen. Ik heb hier plezier om.