Op een weblog stonden twee foto’s van twee huizen, naast elkaar. Ik wist niet zo goed waarnaar ik keek, behalve naar twee foto’s, behalve naar twee huizen. De huizen leken op elkaar. De foto’s leken op elkaar. Het bestaan van de foto’s was niet genoeg. Ik maakte een screenshot, omdat ik dacht dat internet morgen anders was. Ik las de tekst onder de foto’s. Ik keek opnieuw naar de foto’s, de woorden stuurden mijn blik. Nu zag ik behalve de twee huizen, behalve de oprit naar de twee huizen en behalve de auto’s met opengeslagen portieren (wapperende kieuwen, – happend naar lucht op een hete dag), donkere plekken op het asfalt. Langwerpige, grillige vlekken. Ze leken op wortels van bomen die hun weg zochten, van de onderkant van de auto naar de straat. Waar geen enkele auto reed. De fotograaf moet het juiste moment afgewacht hebben, wat nog niet zo eenvoudig is, zwevend in de lucht. Het laatste bericht op het weblog is alweer enkele jaren oud en alweer enkele jaren het laatste bericht. Zo’n weblog eindigt plots, een hartaanval, alles is er, alles stopt, het ene moment staat iemand nog achter een microfoon te zingen, het andere moment draait hij zich om en loopt hij weg, vrijheid. We kijken naar de microfoon. Op internet vind ik twee handgeschreven notities waarover de tekst rept, redenen, uitvluchten, zorgvuldig op de achterkant van de foto’s geschreven: “Frau wollte, aber Haus zu teuer”, “Dafür bekommt man ein halbes Moped”.

bijschrift
‘Van 1979 tot 1983 vloog er in de bondsrepubliek Duitsland een vliegtuigje (of helicopter) rond om foto’s te maken van vrijstaande eensgezinswoningen. Nadien probeerde men de foto’s aan de eigenaren van de gefotografeerde huizen te verkopen. De beelden waren bedoeld als ‘aandenken’ voor de bewoners. Vreemd concept, maar iemand moet hierin, vanuit de lucht, een gat in de markt gezien hebben. Er woedt die periode nog steeds een Koude Oorlog. Het had ook een spionagevliegtuigje kunnen zijn, denk ik dan. Maar nee, niet pessimistisch zijn. De mens is al vanaf het begin van de fotografie geboeid door luchtfoto’s (Nadar) en begin jaren tachtig was van Google Earth nog geen sprake. Mocht ik een huis bezitten, dan zou ik ook nieuwsgierig zijn naar de aanblik daarvan vanuit de lucht. Benieuwd hoeveel foto’s er toendertijd verkocht zijn en bij de bewoners in de woonkamer gehangen hebben… Wat ik wel weet is dat in 2002 de Duitse kunstenaar Peter Piller het archief (omstreeks 20.000 foto’s) kon overnemen. Hij weet ons op zijn beurt te zeggen dat op de achterkant van de foto’s handgeschreven notities van de verkoper zijn te lezen: “geen interesse in het beeld”, “mooier vanaf de grond”, “maakt de foto zelf” of “gestorven”. Het getuigt van een aandoenlijke ijver om alle afwijzende reacties op deze mooie verkooptruc bij te houden. Piller stelde uit dit archief enkele deelverzamelingen samen. Slapende huizen, smerige wolken, noodwoningen en – mijn favoriet waarvan hierboven twee beelden te zien zijn – autowassen…’ – wellbehavedsuit