Ik muis, typ op een toetsenbord, klik, zit een stoel – ik leef dus in de verleden tijd. Ben alleen op de wereld, heb geen smartphone, iedereen om mij heen wel. De wereld raast voorbij, en ik heb er geen weet van, ik moet wachten tot ik thuis ben. Onderweg kan ik niks. Mijn telefoon kan de wegenwacht alarmeren als ik met pech langs de weg sta. Band verwisselen – een klusje van niks – lukt niet in de stress van de vluchtstrook. Auto’s die langsrazen en je aan je haar over het asfalt meeslepen (angstgedachte, jaren geleden ingefluisterd door de opzichters in de werkplaats van de opleiding Industrieel Ontwerpen: lang haar trekt je zo de frees-, boor- en plaatbuigmachines in, lang haar is onwenselijk, lang haar is waarom jij dit niet kunt en nooit zul kunnen, jij vrouw).
Een band wisselen is een vaardigheid binnen ieders handbereik, maar je hebt er niks aan, het wordt een theoretische vaardigheid als je haar niet ter plekke, in koelen bloede kunt inzetten – alleen thuis, op de inrit, alle tijd, skyradio.

«