‘Companion species’ zou je computers kunnen noemen (Donna Haraway). Gemaakt om ons gezelschap te houden, net als honden. Net zo aanhankelijk. Net zo gedienstig. En net zo opdringerig. Een hond wil dat je iets gooit, opdat hij kan apporteren. Een computer wil dat ook, en dat iets kan vanalles zijn, een tennisbal, een stok, een boek van bol.com.

Hekserij! Ik druk op een knop, een systeem wordt in werking gezet, iets logistieks komt op gang, en aan het eind van die geruisloze, onzichtbare keten, binnen enkele seconden, kan ik een boek lezen – of een dag later als ik een tweedehands papieren versie wil, ingepakt en aangeraakt door mensenhanden. Is hier geen sprake van een vorm van teleportatie?

Het idee, of liever gezegd, de metafoor ‘gezelschapsdier’ bevalt me. Zoals elke metafoor nodigt hij uit om op een bepaalde manier te denken over iets. Een gezelschapsdier is een dier zonder direct nut, niet om op te eten, niet om cosmetica op te testen, niet om de huid van af te stropen, het is in huis puur voor aanwezigheid/plezier/esthetisch genoegen (geaaid worden).